09.12.2010 | Frederik Lizen | free | zein
Locatie: Vlaamse Kaai, tegenover nr. 53, Antwerpen
'zelforganisatie' is in mijn geval nodig geweest om me de publieke ruimte eventjes toe te eigenen zodat deze terug publiek kon worden. De tentoonstellingen werden zonder aanvragen of overbodig papierwerk georganiseerd, ik achtte dit niet nodig omdat de ruimte of plek door passanten 'toch' vaak als restruimte of overbodig wordt gezien, ze werd nu in gebruik genomen en opgewaardeerd. Het engageerd mensen ook te 'kijken' op plekken waar ze het niet verwachten, en het gebruikt delen van de stad die gedoemd zijn vergeten of genegeerd te worden. Het brengt een laatste groet aan deze plekken voor ze plaatsmaken voor nieuwbouw,of nog meer naar een neutrale achtergrond verschuiven. De tentoongestelde werken vormen een geheel met de ruimte, zijn een deel van de context. Mensen staan er niet zo vaak bij stil dat werken eerder in zo'n context ontstaan dan in die van een gallerie, de openbare ruimte is een meer natuurlijke biotoop voor mijn werk... Dit is zowel een voor als een nadeel, het zorgt voor een sterk geheel, maar het is voor toeschouwers moeilijker een objectieve blik op de werken te werpen, er is geen contrast tussen ruimte en het werk. Je hebt ook geen controle over onvoorziene omstandigheden die het moeilijk maken een werk goed tentoon te stellen( regenweer, een auto die ervoor parkeert...) daarom is het goed vooral de actie zelf als onderwerp te zien e niet persé de werken... De actie moet opvallen want het werk verdwijnt buiten vaak in z'n omgeving.
Eerste uit een reeks van 3 uit het
tentoonstellingsproject ‘Free L Zein’.
Waarbij tijdens de nocturne van de gallerijen op het
Antwerpse zuid gewezen werd op het in gebruik
nemen van de publieke ruimte als tentoonstellingsplek.
Het openen van een expositieruimte die reeds
bestond was de rode draad doorheen deze
tentoonstellingsreeks. Het tentoonstellingsmoment
(telkens 1 avond) zorgde hierbij voor een feestelijke
inhuldiging van de publieke ruimte.
Bij deze eerst editie werd een electriciteitscabine
omgevormd tot openbare gallerij.

Het project geeft kritiek op het gallerijwezen maar maakt er ook gebruik van.
Het project is zelfvoorzienend in zijn opbouw en uitwerking,
Er werd gebruik gemaakt van een generator voor de stroomvoorziening, de lichtinstallaties werden zelf geïnstalleerd , de openbare ruimte werd tentoonstellingsklaar gemaakt en op de opening werden passanten en bezoekers van gluhwein en vuurkorven voorzien.
de manier van tentoonstellen teert echter wel op het succes en de bezoekers van de gallerijen, mensen komen er vanuit hun interesse in beeldende kunst.
Zo wordt de juiste doelgroep bereikt en op een andere manier met beeldend werk geconfronteerd.
Het getoonde werk, in dit geval schilderijen, is ondergeschikt
aan het tentoonstellingsmoment en dient vooral om het idee, het tentoonstellen van de publieke ruimte, kracht bij te zetten.

Discussion over helping him, 2010- acryl en lak op jutte, Frederik Lizen













PAST